De poedel praat

05sept2010
Geschreven door Paul Kleingeld
AfdrukkenE-mailadres

coolpoodle2In de week waarin Nederlandse politici in tergend traag tempo een soort keuze maakten tegen een soort kabinet, kwamen de memoires uit van de voormalige Britse premier Blair. In eigen land wel aangeduid als Phony Tony of Bliar.

In de New York Times van gisteren staat onder de titel "Het schoothondje praat" een korte bespreking van die memoires.Maureen Dowd, The Poodle Speaks, NY Times, 4 sept. 2010. De conclusie van die bespreking is kortgezegd dat Blair nog steeds in ontkenning verkeert over zijn manipulatie door de Amerikaanse regering bij het starten van de oorlog met Irak.

Blair was een goede 'spinner', hij kon in zijn spreken de werkelijkheid mooi vervormen en naar zijn hand zetten, maar hij mist het vermogen tot introspectie. Daarom leek hij terwijl hij toch in het centrum van een historisch drama stond ook nooit een personage uit een stuk van Shakespeare, zo schrijft de New York Times.Even in the thick of a historical tragedy, Tony Blair never seemed like a Shakespearean character.
He’s too rabbity brisk, too doggedly modern. The most proficient spinner since Rumpelstiltskin lacks introspection. The self-described “manipulator” is still in denial about being manipulated.

De eigenwaan van Blair die zichzelf als een beginsel-politicus zag die eerder al intervenieerde in Kosovo en Sierra Leone en dat opnieuw zou gaan doen in Irak weerhield hem ervan om tegenspel te bieden bij de plannen van George W. en diens vice-president Cheney. Toen alles op haren en snaren stond (of toen de waan van de dag tot waanzin werd), had hij misschien de hals-over-kop run naar oorlog kunnen stoppen. Maar zijn streven was om 'het niet in onze broek te doen' en om 'internationaal een rechte rug te houden'.Blair did not want to be W.’s peripheral poodle. He wanted to “stand tall internationally” with Britain’s main ally and not “wet our knickers,” to use a Blair phrase, when the going got tough (or delusional). (...) The religious Blair fancied himself a conviction politician who had intervened for good in Kosovo and Sierra Leone and would do so again in Iraq. So he did not, as he said others did, “reach for the garlic and crucifixes” when Dick hatched his sulfurous schemes.
If he had challenged W. and Cheney instead of enabling them, Blair might have stopped the farcical rush to war.

Het is geen populaire keuze. Iemand te zijn die tegen spreekt, die vragen stelt bij de waan van de dag. Die het gelijk van eigen kring in twijfel trekt. Zo iemand wordt niet gauw populair. Tegenspelers die effectief zijn in hun weerwerk roepen nijd en ook wel haat op, en de zekerheid dat eens de rekening vereffend wordt. Zo bezien is Blairs keuze niet vreemd.

Zijn memoires en hun ontvangst deze week kunnen zo ook een spiegel zijn voor wat in Nederland lokaal zo zijn beslag krijgt. Of dus juist nog niet.

Laatst aangepast op 12sept2010