Enkele vormen van raadpleging
Hieronder volgt een overzicht van de volgende consultatie-technieken:
- Panels;
- Focusgroepen;
- Enquête;
- Narratief onderzoek.
Uiteraard kan ook een mix van deze technieken gebruikt worden.
Het gaat hierbij overigens om een beperkt overzicht waarin de voors- en tegens van de specifieke vormen niet worden aangegeven, dit omdat een raadpleging zoveel mogelijk moet worden aangemeten op maat van de organisatie en datgene wat voor de ene organisatie een nadeel is, behoeft bij een andere geen rol te spelen.
Panels
Het klassieke panel is een kleinschalige en permanente representatieve steekproef van de leden van de organisatie (dwarsdoorsnede). De panelleden komen dus niet bij elkaar, zij krijgen doorgaans schriftelijk (kan ook telefonisch) een aantal vragen voorgelegd.
(Complicatie: na verloop van tijd worden de leden steeds "deskundiger" en minder representatief voor het gewone lid).
Focusgroepen
Deze groepen komen qua opzet overeen met panels maar focusgroepen zijn echte groepen in de zin dat de leden ervan bij elkaar komen en met elkaar in gesprek gaan aan de hand van enkele vragen. Via het gesprek wordt inzicht verkregen in knelpunten en worden knelpunten geanalyseerd. Uit de literatuur blijkt dat geheel nieuwe oplossingen of richtingen naar voren kunnen komen. De voordelen zijn dat er ruimte gemaakt wordt voor kritische commentaren en dat leden hun inbreng kunnen leveren op de manier waarop ze dat gewend zijn. Nadelen zijn er ook aan verbonden; bij voorbeeld dat tegengeluiden van groepsleden overstemd worden of dat de discussie naar andere onderwerpen glijdt.
Enquête
Een onderzoeksmethode die grote bekendheid heeft en gebruikt kan worden als de organisatie geen of weinig zicht heeft op de opbouw van het eigen ledenbestand en men snel de opvattingen, wensen en behoeften van de leden wil weten. Grofweg bestaan er bij een enquête 3 mogelijkheden:
- mondelinge enquête
- enquêteurs die aan de hand van een vragenlijst tijdens ledenvergaderingen of bijeenkomsten de mening van leden inventariseren;
- enquêteurs die aan de hand van een vragenlijst (een steekproef uit) de leden benaderen (huisbezoek of via telefoon);
- schriftelijke enquête:
- verzenden van een vragenlijst aan een steekproef uit de leden;
- publiceren van een vragenlijst in het ledentijdschrift die leden ingevuld retour zenden;
- internet enquête:
- leden ontvangen per brief of per email een uitnodiging om de vragenlijst via internet in te vullen;
- algemene oproep in tijdschrift of op de eigen website om de vragenlijst in te vullen.
Uit het bovenstaande blijkt dat er een keuze gemaakt moet worden uit het bevragen van alle leden of van een steekproef uit de leden. Deze laatste keuze is mede afhankelijk van factoren als: de omvang van de organisatie; het beschikbare budget en menskracht. In alle gevallen kan de verwerking van de gegevens via PC en software gebeuren.
Een andere categorie keuzen en beslissingen hebben te maken met de vragenlijst: kort en globaal versus uitgebreid en meer precies.
Eén van de goedkoopste manieren om meningen van leden te peilen is via korte vragenlijsten in het ledenblad. Het gaat hierbij dan met name om vragen welke met "ja" of "nee" beantwoord worden, alsmede enkele open vragen naar suggesties voor verbetering en vernieuwing. Tenslotte is er de mogelijkheid van een (permanente) enquête op de website van de organisatie.
Narratief onderzoek
Het gaat hierbij om de persoonlijke verhalen van leden, waardoor hun persoonlijke kijk op de situatie en hun leven verhelderd wordt. Er kan hierbij gebruik gemaakt worden van bronnen als dagboeken, verhalen, video opnames, foto's enz. enz.
De keuze van deze selectie is vooral ingegeven door de onderzoekskosten. Een onderzoek waarbinnen uitvoerige gesprekken met individuele leden plaatsvindt zal in kosten hoger kunnen uitvallen; maar kan qua resultaat/uitkomsten wel efficiënt zijn.
Voor welke techniek kiest u?
Een uiteindelijke keuze voor de specifieke vorm is afhankelijk van factoren als:
- de omstandigheden van de organisatie (d.w.z. bestaat er al inzicht in de opbouw en samenstelling van het ledenbestand, zoals: leeftijd, algemene en specifieke kenmerken van de leden, spreiding over het land, enz.);
- in welke mate bestuur en vrijwilligers beschikken over gegevens inzake wensen en behoeften van leden (worden er in de organisatie gegevens vastgelegd, bij voorbeeld via registratie van vragen bij de telefonische informatielijn.);
- de te investeren middelen (de hoeveelheid (extra) menskracht, tijd en geld welke de organisatie kan inzetten voor een consultatie);
- de gewenste opbrengst (wat wilt u te weten komen en hoe kunt u die kennis optimaal gebruiken).


