Ledenraadpleging

Wij doen wat onze leden willen, want wij zijn een democratische vereniging! Maar we horen nooit zo veel van de leden; willen ze eigenlijk wel wat? En: willen wij van het bestuur dat dan eigenlijk ook wel?

Vragen die soms verontschuldigend, soms teleurgesteld en zelfs beschuldigend worden gesteld. Het ligt er maar aan door wie of bij welke gelegenheid. Wat zijn zakelijk bezien de mogelijkheden en beperkingen van het raadplegen van de leden door het uitzetten van onderzoek naar de opvattingen en wensen van diezelfde leden.

Lees hieronder meer over dit onderwerp.

Stevige resultaten? Check de steekproefgrootte

AfdrukkenE-mailadres
Geschreven door Paul Kleingeld
01juni2009

Wanneer je wilt weten wat de publiek opinie is over een zaak, dan is het niet voldoende om dat aan één persoon te vragen.Zelfs niet wanneer die persoon iemand is met 'gemiddelde opvattingen'. Je zult iedereen moeten vragen, iets dat alleen bij politiek verkiezingen gebeurd. Of je zult een steekproef van mensen je vragen moeten laten beantwoorden. Een deel van de mensen dat zo groot is dat hun meningen bij alkaar opgeteld een goed en betrouwbaar beeld geven van de meningen van iedereen uit de groep.

In de praktijk van opinieonderzoek wordt nogal eens bezuinigd op de omvang van de steekproef. De opdrachtgever wil zo veel mogelijk te weten komen voor zo weinig mogelijk geld. De uitvoerder wil met zo weinig mogelijk werk zoveel mogelijk resultaat kunnen leveren. Beide hebbener dus belang bij om met een zo klein mogelijke steekproef te werken.

Dat wil nog weleens uit de hand lopen. Zeker wanneer in een late fase van het onderzoek er resultaten gevraagd (en geleverd) worden van sub-groepen binnen de oorspronkelijk onderzochte groep.

Getallen zijn geduldig, dus er komt altijd wel een resultaat. De vraag hoe groot ondertusen de kans is dat dat resultaat nog een juiste weergave is van de werkelijkheid. Dat kunt u in één oogopslag zien door de volgende steekproefmeter in te vullen.

Laatst aangepast op 19dec2011
   

Onze ledenadministratie loopt op internet

AfdrukkenE-mailadres
Geschreven door Paul Kleingeld
30mrt2009

Gewoon een lijst bijhouden

Gewoon een lijst van de leden van uw vereniging. Dat is toch niet zo moeilijk om zo'n lijst te maken?
De meeste personen die zorgen voor een kloppende ledenadministratie weten wel beter.

Een lijst die vandaag compleet 'klopt', is morgen verouderd:

  • incompleet - iemand heeft zich aangemeld, of juist afgemeld,
  • onjuist - iemand heeft zijn verhuizing doorgegeven, maar die gegevens zijn nog niet verwerkt, er zijn betalingen ontvangen voor het lidmaatschap, maar ...
  • onvindbaar - iemand heeft achternaam A opgegeven, maar is wel degelijk lid van het gezin genaamd B,
  • enzovoorts ...

Een lijst die verouderd is, is op zich geen ramp. Wanneer op moment X de ljst maar weer wel is bijgewerkt: want dan gaat een mailing uit, wordt het eigen tijdschrift verstuurd, moeten acceptgiro's geprint worden, enzovoorts ...

Laatst aangepast op 13dec2011
   

Manipuleren bij een opiniepeiling

AfdrukkenE-mailadres
Geschreven door Paul Kleingeld
03nov2008

How to make a balanced survey

ym25_humphreybernard

Wanneer je wilt weten wat de bevolking van een bepaald onderwerp vindt, dan voer je een opinieonderzoek uit.Of je laat dat doen.

Er zijn veel manieren om een opinieonderzoek uit te voeren. De uitkomsten van dergelijk onderzoek hangen af van de manier waarop het is opgezet en uitgevoerd.
Het is met de huidige technische middelen niet zo moeilijk en omslachtig meer om een dergelijk onderzoek te (laten) doen. Met die lagere drempel lijkt echter ook de kwaliteit van dergelijk onderzoek te dalen. Er is nogal wat slordig, slap en belachelijk onderzoek dat vooral voor de kick, voor de publiciteit wordt gedaan. Eén stapje verwijderd van propaganda voor de eigen voortreffelijkheid, het eigen gelijk of puur voor de sensatie.

Eén manier om zaken rechtstreeks naar je toe te trekken is door de vragen zo te stellen dat de antwoorden als vanzelf naar het eigen gelijk toe gaan. Een mooi voorbeeld van hoe dat kan komt uit de Britse tv-serie Yes Minister. Een voorbeeld van 'goed gebruik' van opinieonderzoek.

 

Bernard Woolley (de junior ambtenaar) zoekt Sir Humphrey (de senior ambtenaar) op en vertelt hem dat Hacker (the Prime Minister) van plan is om zijn "Grand Design" publiek te maken: het beëindigen van Trident [Britain's nuclear weapon] en het herintroduceren van de Nationale dienstplicht. De PM denkt dat dit stemmenwinst zal opleveren omdat een peiling door de Partij laat zien dat 64% van de bevolking voor het herintroduceren van de dienstplicht is.

Sir Humphrey adviseert Bernard om een peiling te laten doen om daar mee aan te tonen dat de meerderheid van de bevolking tegen het herintroduceren van de dienstplcht is. Bernard vraagt zich af hoe hij dat voor elkaar moet krijgen, en Sir Humphrey legt dat uit:

Humphrey: You know what happens: nice young lady comes up to you. Obviously you want to create a good impression, you don't want to look a fool, do you? So she starts asking you some questions: " Mr. Woolley, are you worried about the number of young people without jobs?"
Bernard: Yes
Humphrey: "Are you worried about the rise in crime among teenagers?"
Bernard: Yes
Humphrey: "Do you think there is a lack of discipline in our Comprehensive schools?"
Bernard: Yes
Humphrey: "Do you think young people welcome some authority and leadership in their lives?"
Bernard: Yes
Humphrey: "Do you think they respond to a challenge?"
Bernard: Yes
Humphrey: "Would you be in favour of reintroducing National Service?"
Bernard: Oh...well, I suppose I might be.
Humphrey: "Yes or no?"
Bernard: Yes
Humphrey: Of course you would, Bernard. After all you told her you can't say no to that. So they don't mention the first five questions and they publish the last one.
Bernard: Is that really what they do?
Humphrey: Well, not the reputable ones no, but there aren't many of those. So alternatively the young lady can get the opposite result.
Bernard: How?
Humphrey: "Mr. Woolley, are you worried about the danger of war?"
Bernard: Yes
Humphrey: "Are you worried about the growth of armaments?"
Bernard: Yes
Humphrey: "Do you think there is a danger in giving young people guns and teaching them how to kill?"
Bernard: Yes
Humphrey: "Do you think it is wrong to force people to take up arms against their will?"
Bernard: Yes
Humphrey: "Would you oppose the reintroduction of National Service?"
Bernard: Yes
Humphrey: There you are, you see Bernard. The perfect balanced sample.
Laatst aangepast op 19dec2011
   

Organisatie gedoe in vrijwilligersorganisaties

AfdrukkenE-mailadres
Geschreven door Jan van den Baard
04nov2005

Waarom organisaties die werken aan goede doelen vaak intern organisatie-gedoe hebben

boek-van-Handy

Begin jaren 90 publiceerde de organisatiedeskundige Charles Handy een onderzoek naar vrijwilligersorganisaties getiteld Vrijwilligersorganisaties begrijpenZo vertalen we de Engelse titel ervan. Handy, C., 1990, Understandig voluntary organizations. How to make them function effectively. Penguin books, Londen..
Hij analyseert waarin vrijwilligersorganisaties anders zijn dan 'gewone'organisaties. De begrippen die hij daarbij hanteert zijn tot de dag van vandaag zeer bruikbaar om conflicten en gedoe in vrijwilligersorganisatie te begrijpen en beter hanteerbaar te maken. Wij zetten die termen hieronder voor u op een rijtje.

Typen vrijwilligersorganisaties: waar is de organisatie op gericht?

Handy maakt onderscheid tussen de gerichtheid van vrijwilligersorganisaties:

  • dienstverleningsorganisaties;
  • onderzoek- en pleitbezorgingsorganisaties;
  • zelfhulpgroepen (onderlinge steun en bijstand);
  • zelfhulpgroepen (gemeenschappelijke hobby).

Elk type organisatie kent een eigen positie en rol van de vrijwilliger / ervaringsdeskundige. Een soort van glijdende schaal, waarbij de mogelijkheden van de vrijwilliger om invloed te hebben op doel, structuur en beleid van de organisatie steeds geringer worden.

 

De glijdende schaal van de inzet van vrijwilligers

Bij elkaar bezien levert dit:

  • beleidsontwikkeling en strategisch beleid is in handen van de vrijwilligers / ervaringsdeskundigen, de uitvoering is ook in handen van vrijwilligers;
  • beleidsontwikkeling en strategisch beleid is in handen van de vrijwilligers / ervaringsdeskundigen, de uitvoering is in handen van professionele krachten;
  • beleidsontwikkeling en strategisch beleid is in handen van professionele krachten, enkele uitvoeringszaken zijn in handen van vrijwilligers;
  • beleidsontwikkeling en strategisch beleid alsmede de uitvoering zijn in handen van professionele krachten; toezicht op afstand is in handen van vrijwilligers / ervaringsdeskundigen;
  • beleidsontwikkeling en strategisch beleid alsmede de uitvoering zijn in handen van professionele krachten; toezicht op afstand is in handen van vrijwilligers van buiten de organisatie, niet zijnde ervaringsdeskundigen.

 

Wat is de passende rol van vrijwilligers?

Bezien vanuit de organisatietheorie zijn er, volgens Handy, drie soorten vrijwilligersorganisaties:

  1. onderlinge steunorganisaties (gebaseerd op ervaringsdeskundigheid en lotgenotencontact, bieden een netwerk aan de leden). De onderlinge steungroep heeft een minimale hoeveelheid organisatie nodig, nl. die om de leden te informeren etc. Dergelijke organisaties willen niet 'gemanaged' worden, wel ondersteund door een coördinator of secretaris, alle leden kunnen desgewenst deelnemen aan de beleidsbesluiten;
  2. dienstverlenende organisaties (organisaties met professionele krachten). De dienstverleningsorganisaties, ontlenen hun bestaansrecht aan het verlenen van specifieke diensten, professioneel, effectief en tegen lage kosten, en zijn dus selectief in het aannemen van vrijwilligers, ontslaan diegenen die ondermaats werk leveren. Dit zijn gemanagede organisaties met interne bureaucratie (gedragsregels), in een (groot) aantal gevallen zijn het eigenlijk professionele organisaties die op onderdelen niet betaalde, vrijwillige medewerkers inzetten;
  3. pleitbezorgingsorganisaties (campaigners). De pleitbezorgingsorganisaties worden meer geleid dan gemanaged; essentieel is dat de leden de 'zaak' onderschrijven, het is eerder een beweging dan een organisatie.

In de praktijk is er vaak sprake van een mengvorm of van overlap tussen deze categorieën, met als gevolg: verwarring. Elk van de categorieën heeft namelijk een eigen reeks onuitgesproken en impliciete aannames ten aanzien van de aard van de organisatie en hoe ze zou moeten werken. Handy stelt dat er verschillende manieren zijn om verschillende structuren en culturen voor elke reeks van aannames te organiseren. De verwarring treedt op als dergelijke reeksen overlappen. Niet zo vreemd omdat de meeste vrijwilligersorganisaties geleidelijk gegroeid zijn en een samenraapsel van alle 3 geïncorporeerd hebben.

Laatst aangepast op 19dec2011
   

Enkele vormen van raadpleging

AfdrukkenE-mailadres
Geschreven door Jan van den Baard
07mrt2005

Hieronder volgt een overzicht van de volgende consultatie-technieken:Stem geven aan uw leden

  • Panels;
  • Focusgroepen;
  • Enquête;
  • Narratief onderzoek.

Uiteraard kan ook een mix van deze technieken gebruikt worden.
Het gaat hierbij overigens om een beperkt overzicht waarin de voors- en tegens van de specifieke vormen niet worden aangegeven, dit omdat een raadpleging zoveel mogelijk moet worden aangemeten op maat van de organisatie en datgene wat voor de ene organisatie een nadeel is, behoeft bij een andere geen rol te spelen.

Panels

Het klassieke panel is een kleinschalige en permanente representatieve steekproef van de leden van de organisatie (dwarsdoorsnede). De panelleden komen dus niet bij elkaar, zij krijgen doorgaans schriftelijk (kan ook telefonisch) een aantal vragen voorgelegd.
(Complicatie: na verloop van tijd worden de leden steeds €"deskundiger"€™ en minder representatief voor het gewone lid).

Focusgroepen

Deze groepen komen qua opzet overeen met panels maar focusgroepen zijn echte groepen in de zin dat de leden ervan bij elkaar komen en met elkaar in gesprek gaan aan de hand van enkele vragen. Via het gesprek wordt inzicht verkregen in knelpunten en worden knelpunten geanalyseerd. Uit de literatuur blijkt dat geheel nieuwe oplossingen of richtingen naar voren kunnen komen. De voordelen zijn dat er ruimte gemaakt wordt voor kritische commentaren en dat leden hun inbreng kunnen leveren op de manier waarop ze dat gewend zijn. Nadelen zijn er ook aan verbonden; bij voorbeeld dat tegengeluiden van groepsleden overstemd worden of dat de discussie naar andere onderwerpen glijdt.

Enquête

Een onderzoeksmethode die grote bekendheid heeft en gebruikt kan worden als de organisatie geen of weinig zicht heeft op de opbouw van het eigen ledenbestand en men snel de opvattingen, wensen en behoeften van de leden wil weten. Grofweg bestaan er bij een enquête 3 mogelijkheden:

  • mondelinge enquête
    • enquêteurs die aan de hand van een vragenlijst tijdens ledenvergaderingen of bijeenkomsten de mening van leden inventariseren;
    • enquêteurs die aan de hand van een vragenlijst (een steekproef uit) de leden benaderen (huisbezoek of via telefoon);
  • schriftelijke enquête:
    • verzenden van een vragenlijst aan een steekproef uit de leden;
    • publiceren van een vragenlijst in het ledentijdschrift die leden ingevuld retour zenden;
  • internet enquête:
    • leden ontvangen per brief of per email een uitnodiging om de vragenlijst via internet in te vullen;
    • algemene oproep in tijdschrift of op de eigen website om de vragenlijst in te vullen.

    Uit het bovenstaande blijkt dat er een keuze gemaakt moet worden uit het bevragen van alle leden of van een steekproef uit de leden. Deze laatste keuze is mede afhankelijk van factoren als: de omvang van de organisatie; het beschikbare budget en menskracht. In alle gevallen kan de verwerking van de gegevens via PC en software gebeuren.

    Een andere categorie keuzen en beslissingen hebben te maken met de vragenlijst: kort en globaal versus uitgebreid en meer precies.
    Eén van de goedkoopste manieren om meningen van leden te peilen is via korte vragenlijsten in het ledenblad. Het gaat hierbij dan met name om vragen welke met "ja" of "nee" beantwoord worden, alsmede enkele open vragen naar suggesties voor verbetering en vernieuwing. Tenslotte is er de mogelijkheid van een (permanente) enquête op de website van de organisatie.

    Narratief onderzoek

    Het gaat hierbij om de persoonlijke verhalen van leden, waardoor hun persoonlijke kijk op de situatie en hun leven verhelderd wordt. Er kan hierbij gebruik gemaakt worden van bronnen als dagboeken, verhalen, video opnames, foto'€™s enz. enz.

    De keuze van deze selectie is vooral ingegeven door de onderzoekskosten. Een onderzoek waarbinnen uitvoerige gesprekken met individuele leden plaatsvindt zal in kosten hoger kunnen uitvallen; maar kan qua resultaat/uitkomsten wel efficiënt zijn.

    Voor welke techniek kiest u?

    Een uiteindelijke keuze voor de specifieke vorm is afhankelijk van factoren als:

    • de omstandigheden van de organisatie (d.w.z. bestaat er al inzicht in de opbouw en samenstelling van het ledenbestand, zoals: leeftijd, algemene en specifieke kenmerken van de leden, spreiding over het land, enz.);
    • in welke mate bestuur en vrijwilligers beschikken over gegevens inzake wensen en behoeften van leden (worden er in de organisatie gegevens vastgelegd, bij voorbeeld via registratie van vragen bij de telefonische informatielijn.);
    • de te investeren middelen (de hoeveelheid (extra) menskracht, tijd en geld welke de organisatie kan inzetten voor een consultatie);
    • de gewenste opbrengst (wat wilt u te weten komen en hoe kunt u die kennis optimaal gebruiken).
    Laatst aangepast op 19dec2011
       

    Meningen laten tellen

    AfdrukkenE-mailadres
    Geschreven door Jan van den Baard
    07mrt2005

    Kijk op de klant

    Vaak wordt gezegd dat de mening van leden van verenigingen, van klanten van bedrijven of dienstverleners voor de betrokken organisaties van belang zijn.

    De klant of het lid is koning, niets zal zonder diens instemming gebeuren.

    De werkelijkheid is anders, zeker bij de organisaties en bedrijven die (bijna) monopolies hebben inzake het gewenste product of dienst. Binnen hun domein is dit koningschap al lang afgeschaft, maar niet vervangen door democratie. De stelregel lijkt vooral "voor hen, over hen, maar zonder hen".

    Het oordeel van de klant over prijs en kwaliteit van de dienstverlening of van het product telt, zeker binnen het bedrijfsleven, vooral om zicht te krijgen op de klant zelf en diens (koop-)gedrag, gezinssamenstelling, inkomen enzovoorts. Om dat alles in beeld te brengen gebruikt men verschillende soorten onderzoekstechnieken (consultatie-technieken). Dergelijke technieken kunnen ook gebruikt worden om een beeld te krijgen van (de mening van) leden van verenigingen.

    Laatst aangepast op 09sept2010