Organisatie gedoe in vrijwilligersorganisaties

04nov2005
Geschreven door Jan van den Baard
AfdrukkenE-mailadres

Waarom organisaties die werken aan goede doelen vaak intern organisatie-gedoe hebben

boek-van-Handy

Begin jaren 90 publiceerde de organisatiedeskundige Charles Handy een onderzoek naar vrijwilligersorganisaties getiteld Vrijwilligersorganisaties begrijpenZo vertalen we de Engelse titel ervan. Handy, C., 1990, Understandig voluntary organizations. How to make them function effectively. Penguin books, Londen..
Hij analyseert waarin vrijwilligersorganisaties anders zijn dan 'gewone'organisaties. De begrippen die hij daarbij hanteert zijn tot de dag van vandaag zeer bruikbaar om conflicten en gedoe in vrijwilligersorganisatie te begrijpen en beter hanteerbaar te maken. Wij zetten die termen hieronder voor u op een rijtje.

Typen vrijwilligersorganisaties: waar is de organisatie op gericht?

Handy maakt onderscheid tussen de gerichtheid van vrijwilligersorganisaties:

  • dienstverleningsorganisaties;
  • onderzoek- en pleitbezorgingsorganisaties;
  • zelfhulpgroepen (onderlinge steun en bijstand);
  • zelfhulpgroepen (gemeenschappelijke hobby).

Elk type organisatie kent een eigen positie en rol van de vrijwilliger / ervaringsdeskundige. Een soort van glijdende schaal, waarbij de mogelijkheden van de vrijwilliger om invloed te hebben op doel, structuur en beleid van de organisatie steeds geringer worden.

 

De glijdende schaal van de inzet van vrijwilligers

Bij elkaar bezien levert dit:

  • beleidsontwikkeling en strategisch beleid is in handen van de vrijwilligers / ervaringsdeskundigen, de uitvoering is ook in handen van vrijwilligers;
  • beleidsontwikkeling en strategisch beleid is in handen van de vrijwilligers / ervaringsdeskundigen, de uitvoering is in handen van professionele krachten;
  • beleidsontwikkeling en strategisch beleid is in handen van professionele krachten, enkele uitvoeringszaken zijn in handen van vrijwilligers;
  • beleidsontwikkeling en strategisch beleid alsmede de uitvoering zijn in handen van professionele krachten; toezicht op afstand is in handen van vrijwilligers / ervaringsdeskundigen;
  • beleidsontwikkeling en strategisch beleid alsmede de uitvoering zijn in handen van professionele krachten; toezicht op afstand is in handen van vrijwilligers van buiten de organisatie, niet zijnde ervaringsdeskundigen.

 

Wat is de passende rol van vrijwilligers?

Bezien vanuit de organisatietheorie zijn er, volgens Handy, drie soorten vrijwilligersorganisaties:

  1. onderlinge steunorganisaties (gebaseerd op ervaringsdeskundigheid en lotgenotencontact, bieden een netwerk aan de leden). De onderlinge steungroep heeft een minimale hoeveelheid organisatie nodig, nl. die om de leden te informeren etc. Dergelijke organisaties willen niet 'gemanaged' worden, wel ondersteund door een coördinator of secretaris, alle leden kunnen desgewenst deelnemen aan de beleidsbesluiten;
  2. dienstverlenende organisaties (organisaties met professionele krachten). De dienstverleningsorganisaties, ontlenen hun bestaansrecht aan het verlenen van specifieke diensten, professioneel, effectief en tegen lage kosten, en zijn dus selectief in het aannemen van vrijwilligers, ontslaan diegenen die ondermaats werk leveren. Dit zijn gemanagede organisaties met interne bureaucratie (gedragsregels), in een (groot) aantal gevallen zijn het eigenlijk professionele organisaties die op onderdelen niet betaalde, vrijwillige medewerkers inzetten;
  3. pleitbezorgingsorganisaties (campaigners). De pleitbezorgingsorganisaties worden meer geleid dan gemanaged; essentieel is dat de leden de 'zaak' onderschrijven, het is eerder een beweging dan een organisatie.

In de praktijk is er vaak sprake van een mengvorm of van overlap tussen deze categorieën, met als gevolg: verwarring. Elk van de categorieën heeft namelijk een eigen reeks onuitgesproken en impliciete aannames ten aanzien van de aard van de organisatie en hoe ze zou moeten werken. Handy stelt dat er verschillende manieren zijn om verschillende structuren en culturen voor elke reeks van aannames te organiseren. De verwarring treedt op als dergelijke reeksen overlappen. Niet zo vreemd omdat de meeste vrijwilligersorganisaties geleidelijk gegroeid zijn en een samenraapsel van alle 3 geïncorporeerd hebben.

Laatst aangepast op 19dec2011